Derde Plantiac Bedevaart
22 februari 2012
Na wat voorbereidende telefoontjes in de maand ervoor, zag de ochtend van 22 februari 2012 wat je net zo goed de Derde Plantiac-bedevaart zou kunnen noemen. Om 8.30 uur verliet ik mijn Goudse woning en ervoer opnieuw hoe de verkeersdrukte geleidelijk afnam (en in de Flevo-polders de lokale overvloed aan windmolens) naarmate ik steeds verder naar het noorden reed. Om 10.35 uur parkeerde de auto op een lege plek aan de Turfkade, ongeveer 200 meter oostelijk van de voormalige Plantinga-Sonnema (nu alleen nog Sonnema) distilleerderij aan de Stoombootkade.
Ik had om 11.00 uur een afspraak met Sidney Zeegers van de Stichting Bolswards History bij hun lokale historische ontmoetingsplek in een oud gebouw aan de Grote Dijlakker. Het was een schilderachtig straatje vlak bij het beroemde Bolswarder stadhuis, tegenover wat misschien wel het schattigste kleine pizzeriaatje is dat je ooit hebt gezien: Ponte Vecchio.
In een hoek van hun vergaderruimte stond de computer met de digitale collectie van de stichting. Voordat we die konden gebruiken, moest meneer Zeegers echter slim een lucifer in een lichtschakelaar aan de andere kant van de kamer steken om te voorkomen dat die doorsloeg en de stroom naar de computer afsneed. Zoals ik al zei: een oud gebouw.
De digitale collectie van de stichting bestaat uit honderden scans van zorgvuldig verzamelde foto’s en prentbriefkaarten, van oud tot zeer oud. Een ware schatkamer, waarin ik tot mijn plezier ook relevant materiaal vond met betrekking tot de Dijkstraat (de voormalige Plantinga-winkel op nr. 7) en het Grootzand (de voormalige Plantinga-distilleerderij op nr. 6). Ik mocht zelfs Sidney’s fiets lenen om snel mijn laptop uit de auto te halen en relevante bestanden erop te zetten voor later gebruik op de site plantiac.nl.

Nadat ik Sidney gedag had gezegd – en hij me anders liet denken over de vermeende stugheid van mensen uit Noord-Nederland – ging ik door naar “Sports 2000 A.P. van der Feer”. Deze sportzaak beslaat momenteel de Dijkstraatnummers 7 tot en met 11. Achterin vond ik een behulpzame Fries: eigenaar Anne Pieter van der Feer. Toen hij hoorde dat ik meer wilde weten over de recente geschiedenis van huisnummer 7, werd zijn vrouw erbij gehaald. Voor ik het wist kreeg ik een rondleiding.
Hij vertelde dat hij de sportzaak in 1966 op een ander adres was begonnen, en in 1973 verhuisde naar de Dijkstraatnummers 9 en 11 (hij had en heeft ook een dierenwinkel op nummers 13 en 15). Hij had nummer 7 – het Plantinga-winkeladres – in 1988 verhuurd zien worden aan een speelgoedwinkel (ofwel “Speelgoedparadijs” of “Kinderparadijs”). Toen die winkel vertrok, in 1990, kocht hij het pand. Hij renoveerde, vooral het achterste deel. Hij verwijderde het geschilderde logo “K.P. Plantinga & Zn” boven de winkeldeur en zette de voordeur permanent dicht.
Achterin, dat vroeger een open tuin was, zat nog steeds de enorme ondergrondse watertank. Hij herinnerde zich dat hij er duizenden kurken in had gevonden (van het type dat in grote aardewerken groothandelskruiken met drank zat). Het pand zelf werd nu vooral gebruikt als opslagruimte voor de grote ski-voorraad van de winkel.
Mevrouw Van der Feer nam me mee naar de zolder, waar ik een zwaar eiken kast met veel kleine laatjes zag die vroeger de etiketten huisvestten van de verschillende producten die de Plantinga’s verkochten. Het voelde oud en historisch, en ik voelde ontzag bij het aanraken van dit meubel dat waarschijnlijk door Klaas Plantinga zelf is gebruikt, de uitvinder van Plantiac.
Om de hoek op diezelfde zolder, onthulde ze, stonden ooit meerdere oude Plantinga-kruiken met verschillende etiketten. Ze had ze schoongemaakt en als decoratie in huis gezet (hun woning was op de eerste verdieping van nummers 9 en 11). Er stonden er nog een paar die ik mee naar huis mocht nemen, als ik dat wilde. Dat wilde ik uiteraard. Ze stond me ook toe foto’s te maken van de exemplaren in haar woonkamer.

Na een vriendelijk afscheid van meneer en mevrouw Van der Feer liep ik naar de Sonnema-distilleerderij. Daar had ik om 13.30 uur een afspraak om naar het bezoekerscentrum te gaan en alles te fotograferen, scannen of anderszins te documenteren dat ook maar enigszins betrekking kon hebben op Plantiac of Plantinga in het algemeen. Plantiac-liefhebber Stefan Posthuma en ik waren hier in juni 1991 ook geweest, tijdens de Eerste Plantiac-bedevaart.
Ik werd gekoppeld aan mevrouw Willy Boersma, die me feitelijk blanco toestemming gaf om te doen wat ik moest doen met wat ik wilde. Ik mocht foto’s van de muur halen en uit lijsten nemen om ze te scannen, en ik kreeg zelfs toegang tot een afgesloten vitrinekast met onder andere tientallen prijslijstboekjes die teruggingen tot 1913. Eerlijk gezegd had ik keuzestress. Daarom had ik mijn laptop en vlakbedscanner meegenomen. Ik scande een paar boekjes die me op het eerste gezicht interessant leken, plus enkele algemene foto’s die hier en daar hingen. Ik bracht het volgende uur door met zorgvuldig scannen, met eerbied voor bijna honderd jaar oude documenten, en fotografeerde dingen die te groot waren om te scannen. Mevrouw Boersma leidde intussen een bescheiden groep Nederlandse en Amerikaanse toeristen rond. De promotionele diavoorstelling die Stefan en ik in 1991 hadden gezien, was vervangen door een professioneel gemaakte dvd-presentatie. Omdat de distilleerderij tegenwoordig rond Sonnema draait, ging het daar ook vooral over.

Om 14.45 uur was ik klaar en ging ik naar beneden om afscheid te nemen van mevrouw Gelkje Schotanus, de vrouw die in feite de hele Sonnema-operatie runt en mijn contactpersoon was voor deze afspraak. Terwijl ik haar hand schudde en wilde vertrekken, viel mijn oog op een vitrinekast in haar kantoor met enkele oude en/of zeldzame Plantinga-gerelateerde flessen. Ik vroeg of ik die mocht fotograferen: dat mocht. We raakten aan de praat – over Friesland, Sonnema, Plantinga, herstructurering, unieke verkoopargumenten, KP Beerenburg, onze achtergronden, en het vervelende feit dat een deel van haar persoonlijke Plantinga-memorabilia op dat moment in opslag lag. We concludeerden dat ik later nog eens terug moest komen (bijvoorbeeld in de zomer) om die spullen te bekijken zodra ze weer waren uitgepakt en gesorteerd. Om me in de tussentijd tegemoet te komen gaf mevrouw Schotanus me een paar bijzondere items die ze voor me had opgespoord: een set speelkaarten met een Plantiac-achterkant die ik nog niet kende, en een heel unieke decoratieve flesdop (“sierdop”) die normaal alleen aan mensen werd gegeven na 25 jaar dienst bij Plantinga. Hij bevat een metalen figuurtje van “de Planter” (“het plantertje”, de Plantinga-wapenfiguur) zoals die op Plantiac-etiketten staat. Een zeldzaam en speciaal cadeau.


Mevrouw Schotanus bleek een echte geschiedenisliefhebber en was zich goed bewust van het belang van de historie van merken als Sonnema en Plantinga. Toen ik vertrok voelde ik me gerust in de wetenschap dat Plantiac/Plantinga-gerelateerde spulletjes hun weg naar haar wel zouden vinden, veilig bewaard zouden blijven en op termijn beschikbaar zouden zijn om te bekijken. Ze zei dat ze me in contact zou brengen met de man die verantwoordelijk was voor zo ongeveer alles wat ooit bij UTO/Herman Jansen (het Schiedamse bedrijf waar Plantiac jarenlang werd gemaakt, tot het product in 2005 naar Boomsma in Leeuwarden verhuisde) was gedaan.
Het was inmiddels 16.05 uur en ik was al te laat voor mijn volgende afspraak, met meneer Johan van der Weide. Hij werd in Bolsward bekend doordat hij hielp Plantinga Beerenburg opnieuw te introduceren (nu “Boalsert KP Beerenburg” genoemd) in 2009, nadat UTO/Herman Jansen de productie in 2001 had stopgezet. Hij woonde ook nog eens pal naast de voormalige Plantinga-distilleerderij aan het Grootzand nr. 6 (iets wat hij pas wist nadat hij het op de site plantiac.nl had gezien).
Johan en mevrouw Van der Weide – gepensioneerd tuinbouwkundige en keramiekkunstenares – heetten me welkom en overhandigden me meteen een klein houten authentiek Plantinga-kratje met allerlei min of meer Plantinga-gerelateerde parafernalia. Er zaten krantenknipsels in over Plantinga en/of de panden aan Dijkstraat/Grootzand, lege Beerenburg-flessen, KP-shotglaasjes, Sonnema-swag en, voor mij bijzonder interessant, een halve literfles Plantiac met het oude etiket. De helft zat er zelfs nog in, al was het waarschijnlijk na zo’n 30 jaar niet meer erg drinkbaar.
Ze hadden ook een vrij hoge (zo’n 60–70 cm) kruik uit de oude Plantinga-distilleerderij die ik kon fotograferen. Toen ik vragen had over het huis ernaast, haalden ze gewoon de buurman erbij, Harm van der Veer. Hij nam zijn fotocollectie mee van rond de tijd dat hij het pand kocht (in 1977) en van het proces waarin hij het van een bijna instortende distilleerderij ombouwde tot een huis waar je daadwerkelijk kon wonen (wat hij sinds 1980 deed).
Harm en Johan dronken Boalsert KP Beerenburg terwijl ik de foto’s scande. Ik moest nog rijden, uiteraard.
Ik was bijna vergeten dat ik ook nog naar de plaatselijke bibliotheek moest (letterlijk om de hoek, Marktplein 1). Ik had contact gehad met een bibliothecaresse over een boek met interessante foto’s rond Plantinga, Dijkstraat en Grootzand. Ik kwam om 17.40 uur aan en de bibliotheek zou stipt om 18.00 uur sluiten. Ik zette mijn spullen weer op en kon met hulp van een vriendelijke bibliotheekdame snel de juiste boeken vinden en een paar leuke dingen scannen.
Na de bibliotheek besloot ik naar de lokale Jumbo Kooistra te gaan, de slijterij waar ze Boalsert KP Beerenburg verkochten en waarvan ik vermoedde dat ze ook Plantiac zouden hebben. En inderdaad. Om 18.35 uur betaalde ik € 12,50 voor een fles van de Goddelijke Vloeistof en stelde ik de TomTom in om naar huis te gaan.
Omdat hij me opnieuw door de Flevo-polders wilde sturen, negeerde ik de eerste aanwijzingen en koos ik voor de Afsluitdijk, net als bij de Eerste Bedevaart. TomTom herberekende en stuurde me via Amsterdam.
Er stond behoorlijk wat storm op de Afsluitdijk: zware regen geselde, de auto werd door windstoten heen en weer getrokken. In Wieringerwerf tankte ik bij voor een recordprijs van € 1,799 per liter (Euro 95).
Om 20.15 uur reed ik de parkeerplaats voor ons huis op en was ik weer thuis. Thuis, na een bijzondere en leerzame dag in het noorden.